Het is weer zo'n nacht.
Het huis is stil. Veel te stil eigenlijk.
Ik lig in mijn bed en hoor alleen de verwarming die af en toe aanslaat en ergens buiten een auto die voorbijrijdt. Overdag lukt het mij meestal wel om mijn gedachten wat bezig te houden. Dan ga ik wandelen, lees ik een boek, drink ik koffie met een vriendin of stap ik gewoon in mijn oude Prius en rij ik een stukje zonder echt te weten waarheen.
Maar 's nachts is dat anders.
Dan is er geen afleiding meer.
En dan komt die ene vraag weer terug.
Ik wou dat ik kon zeggen dat ik daar nooit meer over twijfel. Dat ik sterk genoeg ben om mijn eigen waarheid te kennen en de gedachten gewoon naast mij neer te leggen.
Maar dat zou gelogen zijn.
Soms twijfel ik verschrikkelijk hard aan mezelf.
Aan gewone dagen die toen helemaal niet bijzonder leken. Ontbijt maken. Kinderen naar school brengen. Boos worden omdat er weer schoenen midden in de gang lagen. Samen lachen om iets stoms. Een verhaaltje voor het slapen.
Je weet wel... van die kleine dingen waarvan ge op dat moment niet beseft hoe kostbaar ze eigenlijk zijn.
Ik was ook niet perfect.
Natuurlijk niet.
Ik heb ook fouten gemaakt. Ik heb dagen gehad waarop ik te moe was. Waarop ik minder geduldig was dan ik had willen zijn. Ik heb ook dingen gezegd waarvan ik achteraf dacht: amai Mara, dat had je anders kunnen aanpakken.
Maar betekent dat dat ik een slechte moeder ben?
Soms begint mijn hoofd daar wel van te maken.
Want als mijn dochter van 15 vandaag helemaal geen contact meer met mij wil... dan begint ge uzelf toch vragen te stellen.
Wat heb ik verkeerd gedaan?
Wanneer is het fout gelopen?
Had ik iets eerder moeten zien?
Had ik harder moeten vechten?
Had ik juist minder moeten vechten?
En het ergste is misschien nog dat je op sommige vragen nooit een antwoord krijgt.
Die zin neerschrijven blijft moeilijk.
Ook al heb ik hem ondertussen al zo vaak gedacht.
Een moeder hoort toch haar kind te kunnen bellen.
Een moeder hoort toch te weten hoe haar dochter haar dag was.
Welke muziek ze luistert. Wat haar vriendinnen doen. Of ze zenuwachtig is voor een toets. Of ze ergens mee zit.
Ik weet zoveel van haar leven niet meer.
En soms vraag ik mij af of ze mij nog ergens mist.
Of ze soms ook aan mij denkt.
Of ze ooit op een dag terugkijkt en zich afvraagt hoe het zover heeft kunnen komen.
Maar daar heb ik geen antwoord op.
En dus blijft er vooral die stilte.
Maar ook daar is het niet eenvoudig.
Wanneer hij hier is, voel ik soms letterlijk de spanning in hem.
Hij zit zo hard klem.
Ik zie het aan zijn gezicht, aan de stiltes, aan de manier waarop hij soms heel voorzichtig praat.
Alsof hij voortdurend moet nadenken over wat hij wel en niet mag zeggen.
En dat doet enorm veel pijn.
Want ge wilt als moeder gewoon dat uw kind zich veilig voelt.
Niet dat hij tussen twee werelden moet laveren.
Niet dat hij moet nadenken hoe een bepaalde zin bij de ene of de andere ouder zal vallen.
Dus probeer ik soms vooral niets te vragen.
Gewoon samen iets eten.
Een film kijken.
Een beetje lachen.
Een wandeling maken.
En ondertussen vanbinnen hopen dat hij voelt dat hij hier niets moet bewijzen.
Dat hij gewoon mijn zoon mag zijn.
Een slechte mama zou misschien niet wakker liggen van de vraag of ze haar kind pijn heeft gedaan.
Een slechte mama zou misschien niet elke verjaardag, elke feestdag en elke gewone dinsdag haar kinderen missen.
Een slechte mama zou misschien niet huilen om een stem die ze niet meer hoort.
Ik zeg niet dat pijn automatisch betekent dat je alles goed hebt gedaan.
Dat zou te gemakkelijk zijn.
Maar ik denk wel dat ik moet stoppen met mijn verdriet te gebruiken als bewijs tegen mezelf.
Want dat doe ik vaak.
Wanneer ik huil, denk ik dat ik zwak ben.
Wanneer ik twijfel, denk ik dat ik gefaald heb.
Wanneer ik boos word denk ik dat ik geen goede moeder ben.
Terwijl ik misschien gewoon een moeder ben die haar kinderen enorm hard mist.
Niet: alles komt wel goed.
Want eerlijk?
Ik weet dat helemaal niet.
Niet: God zal dit wel snel oplossen.
Ook dat weet ik niet.
Maar misschien gewoon dit:
Mara, je hebt niet elke dag opnieuw examen af te leggen als moeder.
Je mag verdriet hebben.
Je mag twijfelen.
Je mag soms zelfs denken dat je het allemaal niet meer kunt.
En je mag tegelijkertijd blijven hopen.
Ik probeer mezelf eraan te herinneren dat mijn dochter mijn dochter blijft, ook al is er vandaag geen contact.
En dat mijn zoon mijn zoon blijft, ook al zijn de momenten samen schaars.
Dat moeder zijn misschien niet alleen gaat over samen aan tafel zitten, knuffelen, helpen met huiswerk en kusjes geven voor het slapengaan.
Misschien gaat het soms ook over blijven liefhebben wanneer je niets terugkrijgt.
Blijven hopen zonder iets af te dwingen.
En blijven staan, ook al voel je u vanbinnen helemaal gebroken.
Morgen kan ik dit allemaal weer geloven.
En morgenavond kan ik opnieuw uren wakker liggen.
Zo gaat dat hier een beetje.
De ene dag denk ik: ik weet wie ik ben.
De andere dag denk ik alleen maar: wat als ik toch een slechte mama ben?
Maar misschien hoef ik daar vannacht geen definitief antwoord op te hebben.
Misschien mag ik die vraag gewoon even naast mij neerleggen.
Mijn hart is al zwaar genoeg.
Dus voor ik mijn ogen sluit, probeer ik mezelf voor één keer niet te veroordelen.
Ik zeg gewoon zachtjes:
Ik ben hun mama. Ik hou van mijn kinderen. En vandaag is dat misschien het enige wat ik zeker weet.
En misschien is dat voor vannacht genoeg.
Het huis is stil. Veel te stil eigenlijk.
Ik lig in mijn bed en hoor alleen de verwarming die af en toe aanslaat en ergens buiten een auto die voorbijrijdt. Overdag lukt het mij meestal wel om mijn gedachten wat bezig te houden. Dan ga ik wandelen, lees ik een boek, drink ik koffie met een vriendin of stap ik gewoon in mijn oude Prius en rij ik een stukje zonder echt te weten waarheen.
Maar 's nachts is dat anders.
Dan is er geen afleiding meer.
En dan komt die ene vraag weer terug.
Ben ik dan echt een slechte mama?
Ik wou dat ik kon zeggen dat ik daar nooit meer over twijfel. Dat ik sterk genoeg ben om mijn eigen waarheid te kennen en de gedachten gewoon naast mij neer te leggen.
Maar dat zou gelogen zijn.
Soms twijfel ik verschrikkelijk hard aan mezelf.
Wat als ik toch iets fout heb gedaan?
Ik denk vaak terug aan vroeger.Aan gewone dagen die toen helemaal niet bijzonder leken. Ontbijt maken. Kinderen naar school brengen. Boos worden omdat er weer schoenen midden in de gang lagen. Samen lachen om iets stoms. Een verhaaltje voor het slapen.
Je weet wel... van die kleine dingen waarvan ge op dat moment niet beseft hoe kostbaar ze eigenlijk zijn.
Ik was ook niet perfect.
Natuurlijk niet.
Ik heb ook fouten gemaakt. Ik heb dagen gehad waarop ik te moe was. Waarop ik minder geduldig was dan ik had willen zijn. Ik heb ook dingen gezegd waarvan ik achteraf dacht: amai Mara, dat had je anders kunnen aanpakken.
Maar betekent dat dat ik een slechte moeder ben?
Soms begint mijn hoofd daar wel van te maken.
Want als mijn dochter van 15 vandaag helemaal geen contact meer met mij wil... dan begint ge uzelf toch vragen te stellen.
Wat heb ik verkeerd gedaan?
Wanneer is het fout gelopen?
Had ik iets eerder moeten zien?
Had ik harder moeten vechten?
Had ik juist minder moeten vechten?
En het ergste is misschien nog dat je op sommige vragen nooit een antwoord krijgt.
Een kind dat niet meer komt, laat een leegte achter
Mijn dochter wil mij absoluut niet meer zien.Die zin neerschrijven blijft moeilijk.
Ook al heb ik hem ondertussen al zo vaak gedacht.
Een moeder hoort toch haar kind te kunnen bellen.
Een moeder hoort toch te weten hoe haar dochter haar dag was.
Welke muziek ze luistert. Wat haar vriendinnen doen. Of ze zenuwachtig is voor een toets. Of ze ergens mee zit.
Ik weet zoveel van haar leven niet meer.
En soms vraag ik mij af of ze mij nog ergens mist.
Of ze soms ook aan mij denkt.
Of ze ooit op een dag terugkijkt en zich afvraagt hoe het zover heeft kunnen komen.
Maar daar heb ik geen antwoord op.
En dus blijft er vooral die stilte.
Mijn zoon maakt het soms nog moeilijker
Mijn zoon van 12 zie ik gelukkig nog heel af en toe.Maar ook daar is het niet eenvoudig.
Wanneer hij hier is, voel ik soms letterlijk de spanning in hem.
Hij zit zo hard klem.
Ik zie het aan zijn gezicht, aan de stiltes, aan de manier waarop hij soms heel voorzichtig praat.
Alsof hij voortdurend moet nadenken over wat hij wel en niet mag zeggen.
En dat doet enorm veel pijn.
Want ge wilt als moeder gewoon dat uw kind zich veilig voelt.
Niet dat hij tussen twee werelden moet laveren.
Niet dat hij moet nadenken hoe een bepaalde zin bij de ene of de andere ouder zal vallen.
Dus probeer ik soms vooral niets te vragen.
Gewoon samen iets eten.
Een film kijken.
Een beetje lachen.
Een wandeling maken.
En ondertussen vanbinnen hopen dat hij voelt dat hij hier niets moet bewijzen.
Dat hij gewoon mijn zoon mag zijn.
Misschien is een slechte mama niet dezelfde als een gebroken mama
Ik denk dat ik daar stilaan een verschil begin te zien.Een slechte mama zou misschien niet wakker liggen van de vraag of ze haar kind pijn heeft gedaan.
Een slechte mama zou misschien niet elke verjaardag, elke feestdag en elke gewone dinsdag haar kinderen missen.
Een slechte mama zou misschien niet huilen om een stem die ze niet meer hoort.
Ik zeg niet dat pijn automatisch betekent dat je alles goed hebt gedaan.
Dat zou te gemakkelijk zijn.
Maar ik denk wel dat ik moet stoppen met mijn verdriet te gebruiken als bewijs tegen mezelf.
Want dat doe ik vaak.
Wanneer ik huil, denk ik dat ik zwak ben.
Wanneer ik twijfel, denk ik dat ik gefaald heb.
Wanneer ik boos word denk ik dat ik geen goede moeder ben.
Terwijl ik misschien gewoon een moeder ben die haar kinderen enorm hard mist.
Wat ik mezelf vannacht probeer te zeggen
Dus lig ik daar soms in het donker en probeer ik mezelf iets anders te vertellen.Niet: alles komt wel goed.
Want eerlijk?
Ik weet dat helemaal niet.
Niet: God zal dit wel snel oplossen.
Ook dat weet ik niet.
Maar misschien gewoon dit:
Mara, je hebt niet elke dag opnieuw examen af te leggen als moeder.
Je mag verdriet hebben.
Je mag twijfelen.
Je mag soms zelfs denken dat je het allemaal niet meer kunt.
En je mag tegelijkertijd blijven hopen.
Ik probeer mezelf eraan te herinneren dat mijn dochter mijn dochter blijft, ook al is er vandaag geen contact.
En dat mijn zoon mijn zoon blijft, ook al zijn de momenten samen schaars.
Dat moeder zijn misschien niet alleen gaat over samen aan tafel zitten, knuffelen, helpen met huiswerk en kusjes geven voor het slapengaan.
Misschien gaat het soms ook over blijven liefhebben wanneer je niets terugkrijgt.
Blijven hopen zonder iets af te dwingen.
En blijven staan, ook al voel je u vanbinnen helemaal gebroken.
En toch blijft die vraag soms terugkomen
Heel eerlijk?Morgen kan ik dit allemaal weer geloven.
En morgenavond kan ik opnieuw uren wakker liggen.
Zo gaat dat hier een beetje.
De ene dag denk ik: ik weet wie ik ben.
De andere dag denk ik alleen maar: wat als ik toch een slechte mama ben?
Maar misschien hoef ik daar vannacht geen definitief antwoord op te hebben.
Misschien mag ik die vraag gewoon even naast mij neerleggen.
Mijn hart is al zwaar genoeg.
Dus voor ik mijn ogen sluit, probeer ik mezelf voor één keer niet te veroordelen.
Ik zeg gewoon zachtjes:
Ik ben hun mama. Ik hou van mijn kinderen. En vandaag is dat misschien het enige wat ik zeker weet.
En misschien is dat voor vannacht genoeg.