Co-ouderschap in België: Een fabeltje als de andere kant niet meewil?

alleenstaande vader silhouet.jpg

“Wij willen co-ouderschap.”

“Daar is geen sprake van.”

En daar sta je dan.

Wat voor de ene ouder een vanzelfsprekende wens lijkt, kan voor de andere ouder totaal onbespreekbaar zijn. De gesprekken lopen vast. Afspraken worden moeilijker en voor je het weet gaat het niet meer over de vraag wat praktisch haalbaar is, maar over wie er gelijk heeft.

Maar betekent een weigering van één ouder dat co-ouderschap meteen van tafel is?

Niet noodzakelijk.

Co-ouderschap is geen knop die je samen moet kunnen indrukken​

Wanneer ouders uit elkaar gaan, moeten er heel wat zaken worden geregeld. Hoeveel tijd zal elk kind bij elke ouder verblijven? Wie neemt welke beslissingen? Hoe worden school, hobby's en kosten georganiseerd?

Als ouders daar samen afspraken over kunnen maken is dat meestal de meest eenvoudige weg.

Maar ouders zijn het niet altijd eens.

En precies daar ontstaan veel misverstanden.

Soms leeft het idee dat een ouder gewoon “nee” kan zeggen tegen co-ouderschap en dat daarmee de discussie voorbij is.

Zo eenvoudig ligt het niet.

Wanneer ouders geen overeenkomst bereiken, kan de familierechtbank beslissingen nemen over onder meer het ouderlijk gezag en de verblijfsregeling. De rechter kijkt daarbij naar de concrete situatie en naar het belang van het kind.

Dat betekent echter niet dat iedere ouder automatisch recht heeft op een exact 50/50-schema.

Co-ouderschap betekent niet altijd week om week​

Dat wordt nog weleens door elkaar gehaald.

Bij co-ouderschap denken veel mensen onmiddellijk aan:

een week bij mama, een week bij papa.

Dat kan een regeling zijn, maar het is niet de enige mogelijkheid.

Een verblijfsregeling kan op verschillende manieren worden georganiseerd. Wat werkt voor het ene gezin, hoeft helemaal niet te werken voor het andere.

Een kind dat al jaren op dezelfde school zit, twee ouders heeft die dicht bij elkaar wonen en bij wie de dagelijkse organisatie goed loopt, bevindt zich bijvoorbeeld in een andere situatie dan een kind waarbij grote afstanden, verschillende schoolregio's of een bijzonder moeilijke communicatie tussen de ouders spelen.

Daarom bestaat er geen universele kalender die op elk gezin past.

Maar wat als één ouder blijft weigeren?​

Dat is vaak de vraag achter de vraag.

Want achter “mijn ex wil geen co-ouderschap” zit soms een veel groter probleem.

Wie beslist?

Wie bepaalt waar het kind verblijft?

Hoeveel inspraak heeft iedere ouder?

En vooral: kan één ouder een regeling blijven tegenhouden door simpelweg niet akkoord te gaan?

Het antwoord is genuanceerder dan een eenvoudig ja of nee.

Als ouders het niet eens raken, hoeft dat niet te betekenen dat er helemaal geen beslissing kan komen. Het geschil kan worden voorgelegd aan de familierechtbank die vervolgens een beslissing kan nemen over de verblijfsregeling.

De wens van één ouder is dus niet automatisch de eindbeslissing, al blijft een akkoord de bevoorrechte optie.

Maar hetzelfde geldt voor de wens van de andere ouder.

Het gaat uiteindelijk niet om 50 procent​

Misschien is dat wel het belangrijkste om te onthouden.

Een kind is geen kalender.

Het is geen rekensom waarbij 182 overnachtingen automatisch betekenen dat beide ouders evenveel ouder zijn.

De verdeling van verblijf is belangrijk, maar ouderschap gaat over veel meer dan alleen het aantal nachten.

Wie brengt het kind naar school?

Wie gaat mee naar de dokter?

Wie helpt met huiswerk?

Wie kent de leerkrachten?

Wie is beschikbaar wanneer er iets onverwachts gebeurt?

Wie maakt tijd voor het dagelijkse leven en niet alleen voor de leuke momenten?

Een goede verblijfsregeling probeert daarom niet alleen tijd te verdelen. Ze probeert het dagelijkse leven van een kind werkbaar te maken.

Een ouder die “nee” zegt, heeft daarom niet automatisch ongelijk​

Ook dat is belangrijk.

Het is verleidelijk om bij een conflict onmiddellijk te denken:

“De andere ouder werkt gewoon tegen.”

Maar een weigering kan verschillende oorzaken hebben.

Misschien zijn er praktische bezwaren.

Misschien bestaat er weinig vertrouwen.

Misschien zijn er zorgen over de dagelijkse organisatie.

Misschien is de communicatie tussen beide ouders bijzonder moeilijk.

En soms is er inderdaad sprake van een conflict waarbij ouders elkaar steeds verder tegenover elkaar komen te staan.

Voor buitenstaanders is het vaak onmogelijk om daar zomaar een oordeel over te vellen.

Daarom is voorzichtigheid belangrijk.

Het kind mag niet de boodschapper worden​

Wat in de praktijk vaak veel belangrijker is dan de exacte verdeling is de manier waarop ouders met elkaar omgaan.

Een kind hoeft niet te weten wie volgens mama gelijk heeft.

Het hoeft ook niet te horen waarom papa volgens mama een bepaalde regeling niet zou willen.

En het hoort al helemaal niet het gevoel te krijgen dat het tussen beide ouders moet kiezen.

Dat klinkt logisch.

Toch kan een conflict tussen ouders ervoor zorgen dat kinderen ongemerkt in het midden terechtkomen.

Daarom is het bij iedere verblijfsregeling de moeite waard om één vraag te blijven stellen:

Wordt het leven van het kind hierdoor rustiger of juist moeilijker?

Is co-ouderschap dan een fabeltje?​

Nee.

Maar het is evenmin een magische oplossing voor een moeilijke scheiding.

Co-ouderschap kan in veel situaties een goede manier zijn om beide ouders actief bij het leven van hun kind betrokken te houden. Tegelijk moet iedere regeling worden bekeken vanuit de concrete omstandigheden van het gezin en vooral vanuit het belang van het kind.

En wanneer ouders het daar niet over eens zijn?

Dan betekent een “nee” van één ouder niet automatisch dat er niets meer mogelijk is.

Het betekent vooral dat het gesprek ingewikkelder wordt.

Misschien is dat uiteindelijk een betere manier om naar co-ouderschap te kijken.

Niet als een strijd om 50 procent.

Niet als een overwinning voor mama of papa.

Maar als een zoektocht naar een regeling waarin een kind ruimte houdt voor beide ouders.

Want na een scheiding eindigt het samenleven misschien.

Het ouderschap niet.


Foto door Ante Hamersmit
Over auteur
Lux
Lux is de beheerder van Ouderverblijven.com en ouder van twee kinderen. Vanuit eigen ervaring met co-ouderschap, ouderverstoting en een complexe ouderrelatie schrijft Lux over de realiteit achter verblijfsregelingen en ouderschap na een scheiding.

De blogs van Lux zijn persoonlijke reflecties en algemene informatie en vormen geen juridisch of psychologisch advies.

Reacties

Op papier en in theorie klinkt het allemaal zo mooi he. De familierechtbank kan beslissen en de wetgever gaat uit van gelijkwaardigheid maar de weerbarstige praktijk van elke dag is soms zo anders. Als één ouder volledig tegenwerkt dan voelt het voor de andere ouder al snel alsof ge tegen een muur van beton praat. Ik herken die strijd en die onmacht maar al te goed uit mijn eigen situatie met mijn twee kinderen.

Het is zo waar Lux hier schrijft: ouderschap zit niet in die strikte 182 nachten op een kalender. Het zit in de zorg, in het klaarstaan en in de liefde die ge blijft geven, zelfs als de omstandigheden tegenzitten en de communicatie muurvast zit. Als het juridisch of praktisch slecht loopt kunnen we de ander niet dwingen om van gedachten te veranderen.

Wat we wel kunnen doen is zelf een veilige haven blijven. Geen modder gooien, zakelijk en kalm blijven over de praktische dingen en vooral rust uitstralen naar de kinderen toe. Wanneer de moed me hier in huis even in de schoenen zinkt, zoek ik mijn kracht in een stil gebed en steek ik een kaarsje aan voor mijn twee kids die bijna geen kids meer zijn..., in het vertrouwen dat oprechte liefde en geduld nooit verloren gaan.

Dankjewel voor dit blog! Het helpt echt om de focus weer te leggen op wat er echt toe doet voor een kind.
 

Blogartikel informatie

Auteur
Lux
Read time
4 min leestijd
Weergaven
30
Reacties
1
Laatste update

Meer berichten in De Juridische Molen

Meer berichten van Lux

Terug
Naar boven